Hoe een wormenbak opstarten?

Composteren in een wormenbak is niet eenvoudig. Geef niet toe aan de verleiding om de wormenbak te overvoederen. Dan gaat de bak stinken en sterven de wormen. Kan je aan de wormenbak niet de nodige zorg besteden, begin er dan liever niet aan. Zonder controle blijft een wormenbak haast nooit probleemloos werken.

Stap 1:

Een goede wormenbak kan je aankopen of zelf maken met 3 UV-bestendige, niet doorschijnende plastic dozen waarvan 2 met een geperforeerde bodem. De gaatjes mogen een diameter van ongeveer een goeie centimeter hebben. Bovenaan is er een goed sluitend deksel om wormen binnen en ongedierte, vocht en regen buiten te houden. Onderaan is er een opvangbak voor het percolaat.

Stap 2:

Een wormenbak kan je zowel buiten als binnen plaatsen. Buiten zoek je een goed beschutte plaats zodat de bak beschermd is tegen vorst, wind en zon. Binnen geniet een plaats met een gelijke temperatuur van ongeveer 19°C de voorkeur. Een garage, kelder of berghok kan perfect dienst doen.

Stap 3:

In de onderste van de drie bakken start je het composteerproces op. Breng een laag van 5 cm aan bestaande uit stro, loofhoutsnippers of fijne, dorre in stukken gesneden stengels van planten. Daarboven komt een laag halfverteerde compost met een paar honderd compostwormen van een goed werkend compostvat of compostbak. Hierop leg je een laag van 5 cm vers keukenafval. Snij het eerst in stukjes van max. 5 cm lengte. Om te voorkomen dat de wormen onmiddellijk na het opstarten uit het materiaal zouden kruipen, kan je de wormenbak geopend onder een lichtbron plaatsen. Na enkele uren plaats je er het deksel op.

Stap 4:

Geef het systeem nu enkele weken de tijd om op te starten. Geef in die periode geen nieuw voedsel en laat de wormen zo veel mogelijk met rust. Als je te snel en te veel voedert kunnen de wormen de voorverterende bacteriën niet volgen en het materiaal slibt toe en verstikt.

Stap 5:

Na enkele weken kan je regelmatig verse groente- en fruitresten toevoegen (in stukken van max. 5 cm gesneden). Ook theezakjes, koffiedik en verwelkte en in stukken geknipte bloemenstengels zijn toegelaten. Tuinresten zijn niet geschikt voor de wormenbak.  Bacteriën en schimmels beginnen het nieuw aangebrachte materiaal af te breken. Zodra het voldoende zacht is, zullen de wormen het beginnen op te eten.

Stap 6:

Wanneer de onderste bak na enkele weken of maanden vol is, wordt een tweede geperforeerde stapelbak op het composterend materiaal gezet op zo'n manier dat hij in de eerste schuift naarmate het materiaal daarin verteert en zakt. Iedere bak rust dus op het materiaal in de onderliggende bak. De wormen circuleren van de ene bak naar de andere bak doorheen de gaatjes in de bodem. Als (bijna) alle wromen naar de bovenliggende bakken zijn gemigreerd verwijder je de onderste bak.

Stap 7:

Als de wormen goed werken, druppelt er percolaat in de opvangbak onderaan. De hoeveelheid kan sterk uiteenlopen. Afhankelijk van de grootte van de opvangbak moet je het lekvocht regelmatig oogsten. Let erop dat het niveau van het percolaat nooit zo hoog stijgt dat de onderste laag compost onder water komt te staan. Percolaat is donker van kleur, zo goed als reukloos en licht basis. Het is rijk aan voedingsstoffen en kan daarom gebruikt worden als plantenvoedsel. De aangewezen verdunning is één deel percolaat op tien delen water. Je hoeft percolaat niet meteen na het oogsten te gebruiken. Je kunt het onverdund in een fles bewaren. Het percolaat behoudt maandenlang zijn voedende werking.

Ook de wormencompost kan je gebruiken. Het is rijk aan voedingselementen en voedingszouten. Wormencompost is bij het oogsten vochtig. Laat deze compost daarom best enkele weken uitlekken en opdrogen voor je hem gebruikt. Dat kan je bijvoorbeeld doen door de onderste geperforeerde bak waarin zich de rijpste compost bevindt een tijdje op de bovenste bak te plaatsen. Het laatste percolaat en de wormen verdwijnen dan naar de onderliggende bak en bovenaan kan het vocht uitdampen.